Bouwproject MBC Weert 2009/2010

Een drietal jaren terug hadden we binnen MBC Weert ook al een bouwproject. Toen zijn er 5 Tigers II toestellen gebouwd. Bas Moonen was de persoon die de bouwers op sleeptouw nam. We begonnen toen in de decembermaand en een maand of 5 later kregen ze allemaal hun luchtdoop. Tot op de dag van vandaag is er nog geen een gecrashed en vliegen ze nog allemaal. De keuze om een Tiger te gaan bouwen bleek dus een goede keuze te zijn geweest.

Afgelopen zomer borrelde het idee weer op om nog eens in groepsvorm een toestel in elkaar te knutselen.

Er werd gediscusseerd over de Serval, een ballonprikker en vossenjager pur sang.

Een ander toestel dat genoemd is, is de Panic. Een giftige dubbeldekker met een heel hoog fungehalte.

Dan de Geier. Een van origine ’Nurflügel’ zwever die we dan konden uitrusten met een E-motor. Binnen onze club vloog er al een motorloos exemplaar. De sleepvluchten die hiermee gemaakt werden waren soms hilarisch, getuige de vlucht tijdens een BIGGS meeting achter de Rearwin Speedster van Evert met Richard Branderhorst achter de stuurknuppels en Milan als trouwe volger (moest ie wel, had ie een keuze??) achter de Geierpookjes.

We waren er snel uit. Het werd de Geier. Het bouwen van een vleugel was namelijk niet zo heel erg veel werk en Bas was nogal bedreven in het vervaardigen van de epoxy rompjes en vivak cockpitkapjes.

En zo werd er een inventaris opgemaakt zodat we snel konden beginnen. Binnen onze club werd het plan geventileerd en binnen de kortste keren hadden we 13 inschrijvingen om het eens stevig ‘uit te gieren’. Daarnaast waren er ook nog een drietal kandidaten om met een vertraging van die 3 jaar alsnog een Tiger in elkaar te plakken. Dus je kunt wel begrijpen, dat ons mooie clublokaal uit zijn voegen barstte op de bouwavonden. Gelukkig konden we in diverse hoeken nog wat tafels bijplaatsen, dus het zou een warme winter worden.

Het verslag wat nu volgt is een soort bloemlezing over de vorderingen van de Geiers. De Tigers laat ik bewust achterwege, want bouwer Jack, die voor het eerst een modelvliegtuig in elkaar plakte, wist het al tijdens de bouw heel zeker: dat dit niet alleen zijn eerste zelf gebouwde toestel zou worden, maar ook meteen zijn laatste! Kennelijk is deze mooie bezigheid niet voor iedereen weggelegd. Op het moment van schrijven zijn alledrie de Tigers van Martien, Jack en Giamco nagenoeg af, maar moeten ze nog ingevlogen worden.

Half september konden we dus beginnen. We kozen voor de vrijdagavond. Want een andere doordeweekse avond zou minder gunstig uitpakken vanwege het schoolbezoek van de jeugdigen onder ons en het eventuele daarbij behorende huiswerk.

Als je ermee start, dan is er geen keus waarmee je moet beginnen. Da’s niet moeilijk: met de vleugel. En dan met name de ribben. Er leiden vele wegen naar Rome, dus het vervaardigen van ribben kun je ook op verschillende manieren doen. We kozen voor de methode om al de ribben als pakket te schuren tussen twee ribmallen. We hadden 2 x 13 ribben nodig met dien verstande dat de buitenste 5 ribben aan de voorzijde telkens iets moesten worden ingekort omdat er een knik in de vleugel gebouwd moest worden. Achter de hoofdligger was het profiel identiek aan de eerste 8 ribben, dus met een beetje fantasie en kunst & vliegwerk konden we dat wel voor elkaar krijgen.

De klus op de eerste bouwavond was dus om uit 3mm triplex twee ribmallen te figuurzagen die precies, maar dan ook precies dezelfde maat hebben. En dan begint de pleuris al meteen een beetje uit te breken. Want we hadden zo’n 6 jeugdige bouwers en nog een aantal minder ervaren bouwers. Dus de vraag was: Hoe moet dat, figuurzagen? Ik ga nu geen namen noemen en in het verdere verslag ook amper. Maar je kunt een zaagje op 4 verschillende manieren in een figuurzaag spannen, dus je hebt maar 25% kans dat ie goed zit…. Verder geen commentaar….

Enfin… het is allemaal goed gekomen.

Vervolgens moesten we van de 2mm balsa de plankjes snijden die we tussen de mallen zouden klemmen. Met door het gehele pakket twee draadstangetjes om het geheel bij elkaar te houden. En dan schuren! En uiteraard ook de benodigde inke-pinkjes zagen voor de 5×5 hoofdliggers.

Nou, die eerste avond hebben we wel omgekregen en iedereen keerde tevreden rondom 10 huiswaards.

’s Avonds nog dromend hoe mooi hij zou gaan worden als ie klaar was.

De volgende avonden gingen de ribben op de bouwplank. En ook hier waren duidelijke verschillen waarneembaar. Want je spant zo’n bouwtekening op de plank met wat plastic eroverheen, zodat de bouwconstructie niet vastgelijmd wordt op de tekening. Maar die hoofdliggers en vleugelribben moet je wel vast kunnen zetten op die plank. Verstandig is het daarom om een stevige rechte bouwplank te gebruiken met een laag zachtboard erover waar de spelden in geprikt kunnen worden.

Je kunt zo’n advies natuurlijk in de wind slaan en gewoon met hamer en spijkers de 5×5 liggers vastpinnen. Het doel heiligt de middelen, dus hoe je zoiets doet is van minder belang. ALS je het maar doet.

En zo kwamen de ribben op de bouwplanken en werden de contouren in 3-D al zichtbaar van wat eens eens mooie vlieger zou gaan moeten worden.

Bouwen op een tekening mag dan niet zo’n hele grote uitdaging zijn. Want de tekening duidt precies aan waar de onderdelen moeten komen. Hoe eenvoudig wil je het hebben? Dan plaats je zo’n rib op die onderligger en je kijkt er dan met een soort helicopter-view van bovenaf op, positioneert de rib precies boven het lijntje en zet het geheel vast met een speldje. Uiteraard nadat je er lijm tussen hebt gesmeerd… …Dat valt niet mee. Want afwijkingen van zo’n 10-12 mm (jawel!) zijn dan geen uitzondering…

Als alle ribben vastzitten, kunnen de neuslijst en de achterlijst geplaatst worden. Van 5mm dik balsa werden deze op maat gesneden en vastgelijmd.

Het profiel van de Geier (en ook van ander vliegtuigen) is van dien aard, dat de neuslijst in dezelfde vorm moet worden geschuurd, zodat de (2mm) beplanking er naadloos overheen gelijmd kan worden. Waarom 2mm beplanking? Dan heb je nog wat speling om eventuele afwijkingen te kunnen wegschuren.

Ook dat schuren is natuurlijk een hele uitdaging, want hoe hou je ‘m recht? Dat is vooral een kwestie van gevoel en wellicht wat handige foefjes. Zo kun je bijvoorbeeld daarvoor de rand van een bouwtafel gebruiken als aanslag. Maar goed dat we op de club bouwden, wat thuis zal moeders hier niet blij mee zijn geweest..

Een Geier heeft twee kielvlakken vast op de vleugel staan. Ikzelf heb al jaren zo’n vliegende vleugel in gebruik (zie de hier eerder genoemde BIGGS sleepvlucht) en ik kan je verzekeren dat die kielvlakken altijd in de weg zitten als ie in de auto meemoet. Dat die dingen in de loop der jaren nog niet afgebroken zijn, is me nog steeds een raadsel.

Maar we moesten een praktische oplossing vinden: de kielvlakken moesten demontabel zijn.

De kielvlakken worden normaliter tussen twee ribben ingeklemd en vastgelijmd. Wij hebben ervoor gekozen om ‘m niet vast te lijmen, maar gewoon tussen de twee ribben in te schuiven. Aan de voorzijde schuiven we ‘m dan tussen de twee hoofdliggers en aan de achterzijde gaat ie dan ‘met de hak in de schoen’

En om ervoor te behoeden dat ie alsnog tijdens de vlucht het hazenpad kiest, hebben we er magneetjes onder gelijmd, die weer aangetrokken werden op een stukje metaal in de vorm van een sluitring in de vleugel. Voila, handig tijdens het transport en zo vast als een huis.

Nog een kleine verandering aan het bouwconcept: een stuurstanghuls door de gehele vleugel om er de antennedraad van de ontvanger doorheen te schuiven. Handig met een propeller achterop waar ie zo dus niet tussen kan komen.

En in de ribben zaten nog de gaten waar de draadeinden doorheen zijn gegaan. Dus daar kon die huls mooi doorheen. Jammer dat er bouwers bijzaten die hier pas aan dachten toen de beplanking er al van twee kanten opzat… Een modelvliegtuig bouwen is ook een beetje vooruit denken.

Gelukkig hebben we bovenstaand probleem nog met kunst en vliegwerk (je bent niet voor niets een vliegclub) kunnen oplossen. We hebben de huls nog een stukje naar achteren kunnen plaatsen waar geen beplanking zit. Het gevolg is nu wel, dat we in een van de kielvlakjes een gleufje moeten maken zodat deze over de antennehuls valt.

En het houdt nog niet op met de afwijkingen. Origineel werden de twee servo’s op zo’n mixerslee gemonteerd. Want vroeger had men nog geen mixfunctie in de zender zitten en moest de hoogteroerservo zichzelf en de rolroerservo op en neer trekken over zo’n stukje rails. Een mooie doordachte constructie, maar daar begonnen we toch maar niet meer aan. Zoals bij bijna alle toestellen bouwden we ook hier twee servo’s in de vleugel voor een directere aansturing.

En zo vorderde ons bouwproject gestaag. De ene ging wat sneller dan de ander, maar dat mocht de prednison niet drukken. Want we hadden er allemaal schik in. Zo kwam er al na 3 weken een complete ruwbouw Geier op de bouwavond, maar de eigenaar had een beetje gefoeteld. Want die had het project mee naar huis genomen en daar alvast een flinke voorsprong genomen.

Maar da’s niet erg. Zolang we er maar plezier in hadden.

Als je bouwt, dan moet je soms ook een goed geheugen hebben. Want het gebeurde op een goede avond, dat er een vleugel werd gebouwd. En tijdens mijn controleronde (je moet ook een oogje in het zeil houden, nietwaar?) merkte ik op dat de tiprib niet helemaal netjes gepositioneerd stond boven de tekening. De voorzijde zat nog wel goed, maar aan de achterzijde stond de rib er zeker 15 mm naast!

Uiteraard heb ik onze aspirant bouwer hierop gewezen. Maar ik had het duidelijk mis, beweerde hij. Want dit was de linkervleugel en de rechtervleugel is ook al zo gebouwd!!

Je moet natuurlijk wel goed kunnen onthouden en consequent zijn..

Soms moet je ook economisch omgaan met het hout. Als je een vormpje moet snijden, dan doe je dat op zo’n manier, dat je nog zoveel mogelijk bruikbaar materiaal overhoudt voor een volgende toepassing.

Zo hadden we onze jongste bouwer. Cas is een manneke van een jaar of 13 en hij had ons advies goed in de oren geknoopt. Echter, hij dreef een beetje over. Want ik weet niet of de lezer weet wat een capstrip is? Da’s zo’n stripje balsa van een millimeter of 6 breed, die je over de ribben lijmt om de folie een beetje meer houvast te geven en om de vorm van de rib wat vloeiender te laten verlopen.

Maar economisch als hij was, maakte hij deze capstrip in drie delen. Want dat scheelde weer een beetje materiaal…

Ondertussen werd door Bas ook bekeken welke setup we zouden gaan gebruiken. Je praat dan over een e-motor, regelaar, lipo accu, servo’s en nog wat los spul. Het is dus niet moeilijk om de keuze op een bedrijf te vestigen aan de andere kant van de wereld. Dat scheelt bij zo’n bestelling toch wel flink wat Euri’s.

Het heeft even geduurd voordat we de bestellijst compleet hadden. En we besloten ook om de bestelling op te splitsen in twee delen. Rini en Fred hadden daar al eens eerder besteld en daarom werden ze democratisch gekozen om deze klus te klaren. Vijf weken later lagen de bestellingen in de bus met nogal wat verschil in douanekosten. De een mocht 34 Euro bijschokken en de ander drie keer zoveel…

Maar als je alles rationeel uitsmeert over het aantal teamleden, dan drinken we gewoon op zaterdagavond met z’n allen een pintje of drie minder..

De rompjes!

Ondergetekende had er nog een nieuw in de verpakking zitten. In de handel waren ze niet meer verkrijgbaar, dus we moesten zelf aan de slag. Daarom hadden we geluk dat Bas in onze club zit. Dat is een handige jongen, al zeg ik het zelf. Alles wat zijn handen maken, dat zien zijn ogen.

Om te beginnen had Bas in oktober de originele romp al in zijn handen gespeeld gekregen met de bedoeling om er een mal van te maken. Bas koos voor een mal van gips. Daar heeft ie al flink wat uurtjes aan gespendeerd. Maar het resultaat was er ook naar: zo glad als een babykontje! Die had ie goed ingesmeerd met wax en goed laten drogen bij de centrale verwarming. Na een paar weken droogtijd kon de eerste romp vervaardigd worden. En ik moet zeggen: het resultaat is om erover naar huis te mailen. Alsof het uit de fabriek komt. Wat zijn we trots op Bas!

Vervolgens werd er een avond ingepland zodat Bas een clinic kon geven hoe een epoxy rompje met drie lagen glasmat met verschillende diktes waarvan er een onder een hoek van 45 graden is gesneden moet worden vervaardigd. Met een preciesieweegschaaltje werd het gewicht van de drie glasmatten bepaald en dat was dan tevens het totaalgewicht van de hoeveelheid epoxy die aangemaakt moest worden. Zeventig gram glasmat en 70 gram epoxy (in de goede verhouding gemengd) maakt zo’n 140 gram. Daar gaat dan het overtollige materiaal af, want de matjes komen uiteraard ruim over de mal heen. Dat geeft dan een rompje van zo’n 120 gram.

Iedereen kon zien hoe dit in zijn werk ging. We hebben er veel van opgestoken. Bas heeft de productie van de rest van de rompjes op zich genomen en in maart had iedereen een exemplaar.

Sommige mensen moeten werken tussen Kerst en Nieuw, maar niet deze jongen. En ook Bas had een paar dagen verlof. Dus we hebben met z’n tweetjes bij Bas thuis de cockpitkapjes getrokken. Bas heeft een vacuümtrekker, aangedreven door een ambachtelijke stofzuiger. En met verwarmingselementen kon de in een raamwerk ingespannen vivak verwarmd worden en vervolgens getrokken worden over een mal die Bas ook had gemaakt van een originele kap. Het zag er allemaal zeer professioneel uit.

De winter was koud. Heel koud. Er waren avonden bij, dat we vanwege de gladheid maar stapvoets konden rijden om ons clubgebouw te kunnen bereiken. Als dat al lukte, en dat was toch elke keer, dan kwamen we binnen in een ijskoude ruimte. De eerste klus was dus elke vrijdagavond om de kachel aan te maken. Daar kwam dan ook nog bij, dat we geen electriciteit hebben in ons hok. Maar we moesten toch goed licht hebben in onze bouwruimte. De tweede klus was dus om ons aggregaat aan de praat te krijgen, zodat we een beetje pik hadden in onze stopcontacten. Normaal gesproken een appeltje-eitje-plakje cake verhaal, maar met 10 graden onder nul moet je soms wat vaker trekken voordat het motortje loopt. Maar ja, ook van het aanzwengelen van een aggregaat krijg je het warm. Dus dat was dan in dit geval een win-win situatie.

Met het volgende gedicht in onze kop begon de lente:

Het voorjaar komt eraan

Het is niet meer te stoppen

We gaan weer naar het nieuwe groen

We gaan weer naar de knoppen

En het werd ook tijd dat de Geiers afgeraakten. Want het kan niet zo zijn, dat het mooie weer alweer lange tijd voltooid verleden tijd is als de eerste Geiers nog een maiden moeten krijgen. Maar dat was dus gelukkig niet zo.

Met een aantal ruwbouw vleugels konden we gaan beginnen met de folie. Maar in welke kleur?

Want zeg nou eerlijk, als je meedoet met een bouwproject, dan is het ook wel zo sjiek dat je qua kleur ook een beetje eenheidsworst hebt. De ene wilde ‘m zus, de ander wilde ‘m zo. Geblokt of met sterretjes, strepen of golfjes, iedereen had een eigen voorkeur.

Ik heb de knoop doorgehakt en democratisch besloten om ieder zijn eigen kleur te laten kiezen, maar wel voor iedereen hetzelfde patroon. En simpel houden. Je kunt er van allerlei toeters en bellen op plakken en smaken verschillen uiteraard, maar eenvoud siert. Auto’s worden ook wel eens getuned en opgepimpt door ‘m te ‘cleanen’.

Iedereen kiest daarom een eigen kleur naar eigen voorkeur. Hiermee wordt de hele onderzijde gekleurd. Deze kleur loopt aan de bovenzijde van de vleugel door van de voorzijde tot aan de hoofdlijst. Daarachter eenvoudig wit. De kielvlakken ook in de gekozen kleur.

Saai als ie in zijn eentje op het veld ligt, maar leg er zo maar eens een stuk of tien langs elkaar, dan wordt het toch een echte staffel.

En zijn ze gezamenlijk in de lucht, dan kijk je er van onderen tegen aan en dan is het net alsof er een hele zak confettie is uitgestrooid vanuit een bommenwerper… mooier kan het niet worden.

De rompjes werden zwart gekleurd, dat past altijd.

Maar ja, een vleugel voorzien van folie is dan ook andere koek dan even een sticker op een ruitje plakken. Dus langzaamaan werd het tijd om te gaan foliën. Op de site van Hobby-In staat een fijne handleiding hoe je dat kunt gaan doen. Onze ervaren bouwers wisten natuurlijk al van de hoed en de rand, maar toch.. toch zijn er altijd wel kleine hints en tips, die we nog niet wisten.

Van tevoren werd deze handleiding uitgestuurd en kwamen de deelnemers goed beslagen ten ijs.

Ikzelf heb zo’n twee jaar geleden pas zo’n folieboutje gekocht bij Chris en ik moet eerlijk bekennen, dat is 32 jaar te laat. Wat een gemak als je zo’n stukje gereedschap hebt. Het gemak dient de mens, beter hanteerbaar en lichter dan het strijkijzer van moeders. En je kunt beter in de hoekjes komen. Kortom, een aanrader voor iedereen die wel eens een lapje folie moet aanbrengen.

Met nog een huisbezoek bij Fred, die immers samen met zijn twee zoons Lowie en Chiel twee Geiers bouwde en nog een bezoekje van hem bij mij thuis, kregen we zijn vleugels hermetisch dicht in de mooie kleuren rood en groen en uiteraard het maagdelijke wit.

Eind maart ging nummer een de lucht in. Arjan had in de wintermaanden iets meer tijd dan de anderen, dus hij had ‘m als eerste klaar. De eerste vlucht ging niet geheel vlekkenloos. Want met dat extra gewicht van de motor achterop en een zware accu voor in de neus, komt de ligging van het zwaartepunt nogal nauw. Als je deze aanhoudt zoals op de tekening staat, dan gaat ie het best. Arjan had dit zwaartepunt in eerste instantie niet geheel op de juiste plaats liggen. Het gevolg was, dat onze vogel in deze eerste vlucht nogal heftig reageerde op zijn hoogteroer. Had er een piloot ingezeten, dan was er zeker sprake gewest van een antiperistaltische beweging in de cockpit, waar de firma Koobo nog twee hele dagen mee zoet zou zijn geweest.

Na wat geschuif met de accu, een 2650mAh Lipo, kwam het zwaartepunt al wat beter in de goede richting en vloog onze creatie als aan en lijntje. Met nog een kleine correctie op de motordomping zal het allemaal nog beter moeten gaan.

Nummer twee in de rij was de roodwitte Geier van Chiel. En ook hier zagen we dezelfde mankementen. Met de genoemde voorkennis werd ook hier de ruis van de kabel gehaald.

Vanmiddag heeft nummer drie gevlogen. De trotse eigenaar Joren heeft me er een SMS over gestuurd. Joren is vantevoren goed ingelicht over zwaartepunt, roeruitslagen en motordomping, dus deze maiden verliep volgens hem vlekkenloos. Volgens hem zweeft ie als een onwetende stemmer tijdens verkiezingstijd en vindt hij dat hij weer een fijn vliegtuig erbij heeft. Tja Joren, daar hebben we het ook allemaal voor gedaan jongen. Toch gek, dat je met twee tipribben die 15mm naar binnen zijn gbouwd toch een goed vliegende machine kunt hebben. Ach, zo spits komt het ook allemaal niet. Want in de eerste wereldoorlog schoten ze ook stukken van vleugels en roeren af en de meesten kwamen nog gewoon thuis. Komende zondag is nummer 4 aan de beurt. Dat wordt dan nummer twee uit huize Swinkels. Ik heb ook hier geen twijfels over dat ie het zal gaan doen. En de komende weken zullen de anderen gestaag gaan volgen.

Nu nog bij de meesten een sleepkoppeling inbouwen, zodat we ‘m achter een sleper kunnen hangen. Want die hebben we ook nog een paar binnen onze mooie club. En dan liefst met zo’n 4 of 5 stuks tegelijk. Dat zou mooi zijn.

Resumé.

Het was een lange winter. Het duurde lang voordat iedereen zijn twee vleugeltjes af had. Maar we hebben met zijn allen veel geleerd. We weten in ieder geval hoe een ribbenvleugel er nu van binnen uitziet.

Een andere kwestie is, dat we nu eens een keertje geen ARF besturen, maar een eigengemaakte creatie. En dat geeft toch ook iets extra’s.

We hebben de naam van ons clubke weer in ere hersteld. Want die MBC staat niet voor niets voor Model BOUW Club.

Het wordt een mooie zomer…….